Conische beker, of kelk van een barokhoorn, ook bekend als natuurhoorn, jachthoorn, of Cor d'Orchestre, toegeschreven aan Johann Heinrich Eichentopf
Conische beker, of kelk, van een barokhoorn, onderscheidend door het ontbreken van ventielen. Gedurende de zeventiende en achttiende eeuw ontwikkelde de natuurlijke hoorn zich als een scheiding van de trompet door het verbreden van de klok en het verlengen van de buizen. Het bestaat uit een mondstuk, een lange opgerolde buis en een grote uitlopende beker, afgewerkt met een krans. Oorspronkelijk werd de barokhoorn gebruikt voor signalen, bijvoorbeeld bij de jacht, maar in de barokperiode (ca. 1600-1750) kreeg het ook een rol in het orkest.
Dit object is onderdeel van meerdere fragmenten. De vervaardiger is Johann Heinrich Eichentopf (1678–1769), hij was een prominente barokinstrumentenmaker in Leipzig, ca. 1710 en 1749, en actief tijdens de tijd van J.S. Bach. Hij staat bekend om zijn hoogwaardige houtblazers en koperblazers. Zijn barokhoorns waren bekend om hun heldere klank en precisie. Vondst uit VOC-scheepswrak 't Vliegend Hert, gezonken in 1735. Te zien in de vaste presentatie Ga mee naar zee, ruimte Bepakken en bemannen.
Dit object is in 1990 opgedoken; met vondstnummer 90A2749.