Kraal van gekleurd glas

Sierraad van glas; klein, rond, en met decoratie in wit en zwart, rood, goud gestreept. Waarschijnlijk gemaakt in Middelburg, maar deze sierraden werden ook in Haarlem en Amsterdam vervaardigd. Deze kraal zou waarschijnlijk meegenomen zijn als handelswaar voor een persoonlijke doel door een opvarende aan boord. Verder onderzoek is nodig om hier meer duidelijkheid over te krijgen. Dit type kralen is ook bekend als ‘slaven’-kralen doordat deze als ruilhandel gebruikt werd door de Zeeuwse kooplieden in Afrika. Vondst uit VOC-scheepswrak ‘t Vliegend Hert, gezonken in 1735. Collectie RCE.

Dit object is in 2002 opgedoken; met vondstnummer 2002 A0790.

Objectnaam

handelskralen (AAT)

Vondstjaar

2002

Informatie

Objectnummer

MMZ18521

Objectnaam

handelskralen (AAT)

Vondst

Vondstnummer

2002 A0790

Vindplaatscode

B6-d

Museumcollectie

Maritiem Muzeeum Zeeland

Vondstjaar

2002

Specificaties

Diepte

0.7 cm

Diameter

0.7 cm

Materiaal

gegoten glas (CHT)

Ontdek ook

Kraal van gekleurd glas

Sierraad van glas; klein, rond, met decoratie in wit, rood, zwart en goud gestreept. Was waarschijnlijk gemaakt in Middelburg, maar ze werden ook in Haarlem en Amsterdam vervaardigd. Deze kraal zou mogelijk meegenomen zijn als handelswaar of een persoonlijk doel van een opvarende aan boord, verder onderzoek hiervoor is nodig. Dit type kralen is ook bekend als 'slaven'-kralen, doordat deze als ruilhandel gebruikt werd door de Zeeuwse kooplieden in Afrika om slaafgemaakten van te kopen. Vondst uit VOC-scheepswrak 't Vliegend Hert, gezonken in 1735. Onderzoek 2022: uit bron: Zeeuwse ankers (= het huidige portal CollectieZeeland): Glasblazerij in Middelburg: in Middelburg was er al vanaf 1581 een glasoven aan de Blauwedijk. Voor zover bekend was dit de eerste glasoven in de Noordelijke Nederlanden. De glasmeester heette Govaert van der Haeghen. In 1724 kwam er in het voormalige pesthuis in het Bagijnhof een glasblazerij. Gedurende de achttiende eeuw breidde deze glasfabriek zich gestaag uit. In een loods kwam een breekmolen. De eigenaar liet nieuwe ovens bouwen en een oven onderkelderen en nam drie cellenbroedershuisjes in gebruik. In 1760 werd de fabriek echter stilgelegd. Drie jaar later werden pogingen ondernomen om de glasblazerij nieuw leven in te blazen. Het is echter niet bekend of dat ook gelukt is. Inmiddels waren er ook glasblazerijen in Veere en Vlissingen. Gekleurde kralen: de Middelburgse glasblazerij vervaardigde voornamelijk zogenaamd Duits en Boheems glas. Behalve gebruiks- en sierglas werden in de glasovens ook glazen kralen gemaakt. Vaak hadden deze gekleurde kralen een langgerekte vorm. Ze werden als lange buizen gegoten en daarna in kleine stukjes gehakt. Ook ronde kralen kwamen voor. Zeeuwse kooplieden gebruikten de glazen kralen als ruilmiddel in Afrika. De West-Indische Compagnie (WIC) en de Middelburgsche Commercie Compagnie (MCC) namen kralen mee als ruilgoederen om er in West-Afrika onder meer slaafgemaakten mee te kopen. Deze kralen waren gemaakt van bont gekleurd glas en hadden verschillende vormen. Overigens waren de kralen wel aan mode onderhevig. Kralen die uit de mode waren, konden niet geruild worden en bleven dus in de pakhuizen van de handelscompagnieën liggen. Op de plaatsen waar glasovens hebben gestaan, kun je soms nog glazen kralen in de bodem aantreffen.’

Kraal van gekleurd glas

Sierraad van glas; klein, rond, en met decoratie van wit, rood, en zwart strepen. Waarschijnlijk gemaakt in Middelburg, maar kan ook in Haarlem en Amsterdam zijn vervaardigd. Deze kraal zou waarschijnlijk meegenomen zijn als handelswaar voor een persoonlijke doel door een opvarende aan boord, maar verder onderzoek hiervoor is nodig. Deze type kralen is ook bekend als 'slaven'-kralen doordat deze als ruilhandel gebruikt werd door de Zeeuwse kooplieden in Afrika. Vondst uit VOC-scheepswrak 't Vliegend Hert, gezonken in 1735. Collectie RCE. Dit object is in 2002 opgedoken; met vondstnummer 2002 A1132.

Geldkist met initialen I(J) V L

Kleine geldkist uit scheepswrak 't Vliegend Hert. Dit VOC-schip is in 1735 gezonken. Op de deksel van het eikenhouten kistje zijn initialen I (J) V L te zien. De wanden zijn ongeveer twee centimeter dik en met spijkers aan elkaar vastgezet. In het kistje zaten munten in rollen. Deze zijn sterk door het zeewater aangetast. Collectie RCE. Te zien in de vaste presentatie Ga mee naar zee, ruimte Prelude. Vondstnummer 2001 A0487, uit vondstjaar 2001.