Vingerhoed, met opening aan de bovenkant

Vingerhoed gemaakt van een koperlegering. De vingerhoed werd om de top van de duim of vinger gebruikt ter bescherming tijdens naaiwerkzaamheden. Dit object is enigszins taps toelopend, met een opening aan de bovenkant en een ruitpatroon of -reliëf aan de buitenkant. Deze soort objecten werd bij het bewerken van textiel of leer gebruikt. Of door zeilmakers bij het maken of repareren van zeilen. Vondst uit VOC-scheepswrak ‘t Vliegend Hert, gezonken in 1735. Collectie RCE.

Dit object is in 2002 opgedoken; met vondstnummer 2002 A1000.

Locatie

B13

Objectnaam

vingerhoed

Datum

2002

Informatie

Hoogte

1.4 cm

Diameter

2 cm

Gewicht

4 gram

Materiaal

koperlegering

Objectnummer

MMZ18411

Vondstnummer

2002 A1000

Locatie

B13

Objectnaam

vingerhoed

Datum

2002

Ontdek ook

Vaatje met een losse stop of prop, inhoud ongeveer 35 liter

Klein vaatje van hout met een losse stop of prop. Het vaatje is opgebouwd uit losse onderdelen en bestaat uit veertien duigen, waarvan er drie nieuw zijn. Ook aan de bodem en deksel zijn twee afzonderlijke nieuwe stukken hout toegevoegd. De kleine losse stop of prop is echt. Dat geldt ook voor de duig met het gat waarin de stop past. De inhoudsmaat is ongeveer 35 liter. Bij een wijnvat was deze inhoudsmaat bekend als de 'anker’. Dit stond gelijk aan 45 flessen. Vaten werden gebruikt als opslagmateriaal voor onder andere kruit en levensmiddelen zoals water, vlees, bier, gort en erwten. Aan boord van ’t Vliegend Hert werkten een opperkuiper, Jacobus de Grift, en een onderkuiper, Daniel de Volder. Beiden waren vatenmakers afkomstig uit Middelburg en hoorden bij de ambachtslieden aan boord. Zij zorgden voor het onderhoud van de vaten. Vondst uit VOC-scheepswrak 't Vliegend Hert, gezonken in 1735. Te zien in de vaste presentatie Ga mee naar zee, ruimte Bepakken en bemannen. Dit object is in 1993 opgedoken; met vondstnummer 93A0093 (onderdeel 18).

Luizenkam of netenkam

Luizenkam of netenkam, gemaakt van been of hoorn. Aan twee lange zijkanten zijn fijne inkepingen ingesneden om, wanneer door haren gehaald, zoveel mogelijk luizen en neten mee te kunnen verwijderen. Hoofdluis is een van de meest voorkomende probleem aan boord. De fijn getande kam wordt al sinds eeuwen hiervoor gebruikt en aan het ontwerp hiervan is weinig veranderd. Vondst uit VOC-scheepswrak 't Vliegend Hert, gezonken in 1735. Collectie RCE. Dit object is opgedoken in 1991, met vondstnummer 91A0113 (onderdeel 1).

Lakenlood of pinnelood, Johan Holle uit Bremen

Lakenlood of pinnelood van Johan Holle uit Bremen. Lakenlood fungeerde als zegellood en is een kwaliteitswaarborg voor een rol stof. Het lakenlood bestaat uit twee gegoten ronde schijven, verbonden door een lip of strip. De pin van de ene schijf paste in het gat in de andere schijf. Het lakenlood werd aan de betreffende rol stof geklemd, zoals linnen, laken of wol. Dit werd gedaan door de ‘waardijns’ (keurmeesters) als teken van de kwaliteit. En als aanduiding van de plaats waar de stof was gemaakt en wat voor type stof het was. Soms werd het ook staallood genoemd. Het uitgaande schip vervoerde als een van de weinige schepen exportartikelen als laken en wollen stoffen. Vondst uit VOC-scheepswrak 't Vliegend Hert, gezonken in 1735. Collectie RCE. Te zien in de vaste presentatie Ga mee naar zee, ruimte Handelen en Smokkelen. Dit object is in 2000 opgedoken; met vondstnummer 2000 A0116