Deksel van zeemanskist, met initialen A D I (J)

Deksel van een zeemanskist met de initialen A D I (J) , eigendom van Adriaan de Jongh (VOC ID: 1624831), de eerste onderstuurman en afkomstig uit Vlissingen. Deze deksel is rechthoekig en de initialen zijn in het hout gekrast, ook zijn sporen van de verdwenen ijzeren bevestigingen in oxidevorm zichtbaar. De stuurman was medeverantwoordelijk voor de navigatie aan boord van het schip. Vondst uit VOC- scheepswrak ‘t Vliegend Hert, gezonken in 1735. Collectie RCE.

Dit object is in 1984 opgedoken; met vondstnummer 173.VIII.

Objectnaam

zeemanskist

Vondstjaar

1984

Informatie

Objectnummer

MMZ4829

Objectnaam

zeemanskist

Vondst

Vondstnummer

173.VIII.

Vindplaatscode

W3A

Vondstjaar

1984

Specificaties

Breedte

62.7 cm

Hoogte

37.7 cm

Diepte

2.5 cm

Gewicht

1000 gram

Materiaal

hout

Ontdek ook

Vaatje met een losse stop of prop, inhoud ongeveer 35 liter

Klein vaatje van hout met een losse stop of prop. Het vaatje is opgebouwd uit losse onderdelen en bestaat uit veertien duigen, waarvan er drie nieuw zijn. Ook aan de bodem en deksel zijn twee afzonderlijke nieuwe stukken hout toegevoegd. De kleine losse stop of prop is echt. Dat geldt ook voor de duig met het gat waarin de stop past. De inhoudsmaat is ongeveer 35 liter. Bij een wijnvat was deze inhoudsmaat bekend als de 'anker’. Dit stond gelijk aan 45 flessen. Vaten werden gebruikt als opslagmateriaal voor onder andere kruit en levensmiddelen zoals water, vlees, bier, gort en erwten. Aan boord van ’t Vliegend Hert werkten een opperkuiper, Jacobus de Grift, en een onderkuiper, Daniel de Volder. Beiden waren vatenmakers afkomstig uit Middelburg en hoorden bij de ambachtslieden aan boord. Zij zorgden voor het onderhoud van de vaten. Vondst uit VOC-scheepswrak 't Vliegend Hert, gezonken in 1735. Te zien in de vaste presentatie Ga mee naar zee, ruimte Bepakken en bemannen. Dit object is in 1993 opgedoken; met vondstnummer 93A0093 (onderdeel 18).

Lakenlood of pinnelood, Johan Holle uit Bremen

Lakenlood of pinnelood van Johan Holle uit Bremen. Lakenlood fungeerde als zegellood en is een kwaliteitswaarborg voor een rol stof. Het lakenlood bestaat uit twee gegoten ronde schijven, verbonden door een lip of strip. De pin van de ene schijf paste in het gat in de andere schijf. Het lakenlood werd aan de betreffende rol stof geklemd, zoals linnen, laken of wol. Dit werd gedaan door de ‘waardijns’ (keurmeesters) als teken van de kwaliteit. En als aanduiding van de plaats waar de stof was gemaakt en wat voor type stof het was. Soms werd het ook staallood genoemd. Het uitgaande schip vervoerde als een van de weinige schepen exportartikelen als laken en wollen stoffen. Vondst uit VOC-scheepswrak 't Vliegend Hert, gezonken in 1735. Collectie RCE. Te zien in de vaste presentatie Ga mee naar zee, ruimte Handelen en Smokkelen. Dit object is in 2000 opgedoken; met vondstnummer 2000 A0116

Kabeltouw van hennep, met oog

Fragment van een kabeltouw met oog. Dit dikke kabeltouw is gemaakt van hennep. Het touw is om een ijzeren oog gebonden. Om slijtage van de aan de touwen gesplitste ogen tegen te gaan worden gesmede ijzeren kousen gebruikt. Deze worden aangesplitst en bij dikkere touwen ook wel gebonden. Vondst uit VOC- scheepswrak 't Vliegend Hert, gezonken in 1735. Dit object is te zien in de vaste presentatie Ga mee naar zee, ruimte Schepen bouwen. Dit object is in 1990 opgedoken; met vondstnummer 90A2782.